Bewaarengel – Kerstverhaal Hoofdstuk 2: Spoken

Geplaatst op: dinsdag 6 december 2005 om 23:42 uur.

Bewaarengel – Kerstverhaal Hoofdstuk 2: Spoken

Salu was aan het overpeinzen of ze nu eerst zou ontbijten of eerst een lekkere douche zou nemen, toen ze een zachte plop hoorde. Ze draaide zich om en zag een engelachtig ietsje zijn voet uit de confituurpot trekken.
‘Misschien moet ik toch maar eerst douchen, ik schijn nog niet helemaal wakker te zijn,‘ dacht ze. ‘Nu zie ik spoken.’

‘Geen schrik, ik ben gewassen deze morgen’ sprak het gevleugelde ding.
Ze vertrouwde het boeltje niet, en om zich toch te kunnen verdedigen, je weet maar nooit of ploppende schepseltjes kwade bedoelingen hebben, ging ze schijnbaar ongeïnteresseerd naar de messenschuif. Net toen ze daar aankwam en schijnnonchalant het eerste het beste mes vastnam, plopte het ding net voor haar neus tevoorschijn en gaf haar een plagerige tik.
‘Heleba, ik ben een bewaarengel hoor, en bewaarengeltjes vallen onder de menselijke wet der uitstervende dingen. Als je mij prikt dan kan je je hemel vergeten.’
Hij trok zijn lendendoek een beetje hoger en ging demonstratief op de rand van de broodrooster zitten.

‘O ja?’, antwoordde ze, meer verwonderd dan geschrokken.
‘En’, ging hij verder, ‘Ik ben hier met een speciale missie. Ik heb jou nodig’ hij keek er erg geheimzinnig bij terwijl hij met zijn dikke wijsvingertje tegen haar borst priemde.
‘Jij mij nodig?’, vroeg ze.
‘Ja, jij!’, en toen ging hij, bijna onzedig, zitten op de rand van de doos melk.
‘Zet even je knieën een beetje deftiger wil je, ik ben er nog niet aan toe om van mijn geloof te vallen!’ vroeg Salu lichtjes gedesillusioneerd, ze nam een stoel en schoof er even bij.
‘Je weet dat ik in directe verbinding sta met die van hierboven hé’, lachte hij geniepig, ‘en ik heb mijn spionnen eens aan het werk gezet.’
‘Heb jij spionnen?’ vroeg ze geïntrigeerd.

‘Ja hoor, iedereen heeft die toch. Het is daarboven niet zo heel anders dan hier beneden hoor’, wist hij met een druipje sarcasme.
‘Er hangt daar nog een bewaarengelke rond die me nog het een en het ander verschuldigd is voor vroegere bewezen diensten. Nu is zijn tijd gekomen, en dan kan hij meteen meehelpen om Cupido van zijn troon te schuppen.’
‘En voor welk werkje heb jij mij dan nodig?’ Salu was verwonderd ‘Cupido is hier al jaren niet meer over de vloer geweest hoor?’
‘Jaja,’ zei hij een tikkeltje geïrriteerd, ‘net of ik dat niet wist!’
‘Trouwens’, ging hij verder, zonder op Salu’s verontwaardigde gezicht te letten, ‘mijn pijlen zijn veel schoonder vakwerk dan die van Cupido. Die veredelde vleugelmier vergeet dat hij nog uit de tijd komt van toen syfilis niet te genezen was. Jou heb ik nodig om mijn Dulceramensje te overhalen om te gaan winkelen. Die is dringend toe aan een verzetje en naar mij wil ze weer niet luisteren. Nu had ik gedacht, als jij, als goede vriendin nu eens naar haar belt om haar uit te nodigen om een dagje te gaan winkelen, dan heeft zij haar verzetje. Dan krijg ik van haar lekker de dag vrij en dan heb ik een zee van tijd om plannen te smeden om Cupido van zijn troon te gaan stoten. Wij bewaarengeltjes hebben een druk leven hoor, als onze mens niet mee wilt.’ moe van zo’n lange zin ging hij even bekomen in de honingpot.

‘Heb ik ook een bewaarengeltje? Want ik heb er nog nooit eentje gezien hoor!’ vroeg Salu, een mens krijgt niet vaak de kans om zo’n informatie te achterhalen en deze opportuniteit ging ze niet laten schieten!
‘Elke mens heeft er eentje,’ troostte hij haar, ‘maar normaal zien ze ons niet. Mijn mens is helderdenkend en daarmee dat zij mij wel ziet,’ hij fezelde erachter, ‘die heeft per ongeluk drie levens te vroeg haar reïncarnatie gekregen en daarmee dat we er wat meer doeken moeten ronddoen hé, dan bij een doorsnee mens.’
Salu vond de uitleg redelijk, en ze zag dat plannetje wel zitten. Het was alweer een hele tijd geleden dat ze nog eens samen gaan winkelen waren.
‘En hoe laat ik jou dan weten dat ik haar heb overgehaald?’ vroeg ze.
Hij trok zijn arm uit de pot honing en bekeek Salu alsof hij het in Duisburg hoorde donderen.

‘Ik hoor en zie toch alles? Of ben je alweer vergeten dat ik in directe verbinding sta…’
‘Met die hierboven, ja’ viel ze hem bij.
Salu besloot de daad bij het woord te voegen en nam de telefoon …. en legde hem weer neer.
‘Moeten we niet eerst een strategie hebben’ vroeg ze fijntjes? ‘Dulcera is een slimmeke zelle, die gaat direct doorhebben dat ik iets gesmoesd heb.’
‘Laat dat maar aan mij over’ sprak hij stoer, ‘ik bewerk die wel, daar heb ik zo mijn eigen truukjes voor.’ waarop hij zijn duivelse lachje liet volgen.
Peinzend keek Salu hem aan en wist toen: ’t Is goed dat ik zie dat je een engeltje bent hoor, want zoals jij lacht ….’
Ze was net te traag om de smak appelstroop te ontwijken en ze voelde het kleverige spul van haar neus druipen.
‘Enne’, smeet hij er nog achteraan, ‘ er zal nog een vriendin bij zijn als jullie gaan winkelen, Anne of zoiets, affijn jij kent haar beter dan ik. Dat is zo een beetje mijn lokaas om Cupido uit zijn kot te lokken hé. Speel het spel dan een beetje mee wil je? Zo vlug als die zijn C4 krijgt kan ik het heft in handen nemen.’

‘jamajama,’ sputterde Salu. ‘Anneke die ken ik hoor, die is vorige week een beetje verliefd geworden, heb ik gehoord uit derde hand van Rita van den bureau!’
‘Doe jij nu maar wat jij moet doen dan zorg ik voor de romantische kant aan de andere kant van Cupido’s C4’.

‘Helebaaaaaaaaaaaaaa, het gaat wel in hoofdzaak om ons Dulcera’ke en Anneken hé. Niet alleen om die troonbestijging zelle. Ons Dulcera moet er eens uit en ons Anne moet bij hoogdringendheid een vriendje hebben. Nu dat die haar harteken eens verloren heeft moeten we die ijzers smeden als ze heet zijn, Godweet wanneer krijgen we nog eens zo een kans.’
‘Ja, kweet het’, wist het ventje ‘Ge kunt haar niet echt een fladderaarster noemen hé?’, lachte hij plagerig.
‘Neen, dat kunt ge er niet van zeggen’, schaterde Salu mee. ‘En dat ze toch eens haar dekselke ziet lopen hé, dat we dat nog mogen meemaken voor onzen ouden dag.
‘Laat ons het er op houden dat we bij deze missie een dubbele agenda hebben.’

Omdat er nog veel te konkelfoezen viel schonk Salu nog een extra kopje koffie, Dulcera’s engeltje kreeg voor de gelegenheid een porceleintje uit het poppenservies van haar nichtje. Er moesten tenslotte serieuze dingen besproken worden.
‘Eén ding is zeker’, begon bewaarmanske, terwijl hij van zijn ene voet op de andere sprong. ‘we moeten het zo aan boord leggen en inkleden dat geen van beiden doorheeft dat het gemanipuleerden boel is en zet die verwarming eens op, het is fris hoor voor arme drommeltjes die geen vier lagen kledij mogen dragen omdat dat nu eenmaal zo geschreven staat.’

‘Ha ja,’ wist Salu met haar mond vol cake, ‘wamt az smejweke da mwoest wmetpme ban spupperze zekerms tepwmen’ ze liep naar de thermostaat en gaf er een draai aan.
‘Wablieft’ bekeek de engel haar met grote onschuldige oogjes. ‘Daar heb ik nu eens de botten van verstaan zie.’
Salu worstelde met de brok cake, ze slikte het stukje door en herhaalde: ‘ Ons Dulcera die gaat dat heel ferm vinden, maar als ons Anneken moest weten dat we de boel bewerken dan gaat ze vast protesteren. Weet je nog die keer met die blonde … en gij draagt geen botten want dat past niet in je contractuele kledijbeschrijving.’
‘Doet er mij niet aan denken’, bewaarengelke griste nog snel eens stukje cake van de schaal.
‘Zie maar da ge niet te dik wordt, of uw lendendoekske past niet meer en engelkes in mensenpampers is echt geen zicht hoor!’ grinnikte ze
Hij bekeek haar boos en bekogelde haar met kruimels.

Salu deed of haar neus bloedde.
‘Eerst moeten we weten waar die mens woont hé’, dacht ze luidop.
‘Maar dat weet ik toch al lang’, antwoordde de kleine wijsneus. ‘Wat ik ook weet’ en hij ging op geheimzinnige fluistertoon verder ‘die mens weet niets van ons Neleke haar verloren hart hé en hij zit ook met muizenissen over haar! Straf hé?’ lachtte hij zijn drie melktandjes bloot.
‘O ja?’ Salu was ineens zeer geïnteresseerd.
‘O ja’, ging hij parmantig verder, ‘en wat nog meer is, ik weet dat uit eerste mond van zijn bewaarengel. Het schijnt dat die mens met spokende beelden loopt overdag, ge weet wel dagdromen en zo.’

‘Nou’, lachte ze, ‘dat is toch geweeeeldig. Ze zijn gewoon tuk op elkaar en weten het niet. Dit begint zowaar sprookjesachtig te klinken. ‘Wat weet je nog meer?’, vroeg ze ongeduldig.
‘O, nog meer dan je denkt en veel dat je niet wil weten en een klein beetje dat je niet mag weten!’ verkondigde hij eigenwijs.
‘Wel, vertel, vertel, ik wil alles weten.’
‘Ja maar, ik heb wel een eed getekend hé van onroddelbereidheid en zo, die geldt ook in netelige toestanden.’
Salu plofte bijna van haar stoel van zo een wijsneuzerig antwoord en begon luid te gieren.
‘Onroddelbereidheid’ lachtte ze luid, en kletste zich op de billen van het lachen. ‘Dat is zeker weer zo een woord uit dat nieuw hemels woordenboekje om de stervelingen te pesten.’

Hij bekeek haar vies, ‘Een eed is een serieuze aangelegenheid zelle’.
Mokkend dronk hij nog een slurpend slokje koffie.
‘Drink jij maar weer vlug melk,’ vond Salu grijnzend, ‘koffie is duidelijk niet goed voor bewaarengeltjes. Ze worden er kort van stof van, en er hangt zo al weinig genoeg stof rond jou.’

Gezwind nam Salu de telefoon om Dulcera te bellen, die ging het zeker een geweldig plan vinden, en het was meteen een mooi excuus om nog eens te gaan winkelen!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.